Onze eerste stappen zijn gezet!
Het is zover. Tanja is reeds vroeg bij ons. We rijden met haar mee naar Thorn. Daar begint ons avontuur; onze camino naar Santiago de Compostela. Het is vandaag 26/1/2020. We doen het op onze manier, op ons ritme. Dagwandelingen en weekends of weken van vakantie die we inplannen om onze camino te doen. We gaan te voet, zetten de auto of een fiets aan het eindpunt, en rijden dan verder naar het startpunt van die dag. Want deze doen we niet in een lus, maar we lopen stukken van ongeveer 12 tot 15 km. We proberen dit jaar België te doen, volgend jaar gaan we Frankrijk doen en als het God belieft zijn we het jaar nadien aan Spanje toe.
Onze eerste stappen : Thorn -Heppeneert ; ongeveer 12,60km
Thorn, het witte dorpje in Nederland. Kleine witte huisjes met luikjes, straten met keikoppen, smal maar uitnodigend. Een wit gebouw aan de kerk doet dienst als VVV-kantoor. De kerk, een oude (eigenlijk niet zo mooie kerk) is het startpunt van onze camino. Dit dorp heeft een verleden.
Een stukje geschiedenis uit wikipedia
Tot de ontginning in de tiende eeuw was het gebied rond Thorn heel moerassig. Aan de rand van dit moeras liep de Romeinse Heirbaan van Maastricht naar Nijmegen . Omstreeks 990 werd op een hoogte, dicht bij de Maas, door graaf Ansfried, die getrouwd was met Hereswint (Hildewaris), een stift, klooster voor benedictinessen gesticht, de Abdij van Thorn. Dat klooster groeide uit tot een wereldlijk stift (een klooster voor adellijke dames) en een vorstendom, het Abdijvorstendom Thorn. Tot het Land van Thorn behoorden Thorn, Ittervoort, Haler, Grathem, Stramproy, Baexem en Ell. Veel woningen van deze Stiftdames zijn bewaard gebleven, zoals het uit 1648 afkomstige Huis met de drie kogels.
In 1007 verkreeg Thorn markt- en tolrecht. In de 13e eeuw werden stadsrechten verleend. Het stadje werd gedeeltelijk omwald. Binnen de omwalling lag een ommuurd gedeelte, de immuniteit, die toebehoorde aan de abdij. Verder was er een burgerlijk centrum en in het noorden werd landbouw bedreven.
In 1645 vond een stadsbrand plaats waarbij vele huizen verloren gingen.
Onder de Fransen kreeg Thorn zwaar te lijden. Toen kreeg Thorn ook zijn kenmerkende witte kleur. Nadat de adellijke dames in 1794 gevlucht waren, voerden de Fransen een belasting in op basis van de omvang van de ramen. De arme bevolking, vaak wonend in grote panden, die voorheen hadden toebehoord aan rijke lieden, kon deze niet opbrengen. Om de hoogte van de belastingaanslag te beperken, metselde men de ramen dicht. Met het doel deze bouwsporen (“littekens van de armoede”) te verbergen, werden de huizen wit gekalkt.
De Abdijkerk van Thorn werd in gebruik genomen als parochiekerk. De oorspronkelijke parochiekerk, die uit de 13e eeuw stamde, werd in 1817 afgebroken.
Door die witte huisjes en de rust van de stad werd Thorn al gauw geliefd bij kunstenaars en toeristen. Bij de deling van de provincie Limburg in 1839 bleef Thorn bij Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Thorn op 25 september 1944 door het Belgische leger bevrijd. In de tweede helft van de 20e eeuw breidde Thorn uit met een woonwijk ten noorden van het stadje. In1973 kreeg de oude kern van Thorn nationale erkenning en werd het aangewezen tot beschermd stadsgezicht
De Sint-Michaëlkerk of Stiftskerk in Thorn is een parochiekerk waarvan de delen grotendeels uit de 14e eeuw stammen. Het was de stiftskerk van de Benedictijner Rijksabdij in Thorn. Het is een gotische kruisbasiliek met een oostelijke crypte onder de kruising en het koor. Er is een verhoogd “vorstinnekoor” in het zuidelijke dwarspand dat ooit dicht bij het paleis van de abdis lag. De onderbouw van de toren is een restant van het westwerk van de oudere romaanse kerk. Na de opheffing van het klooster in 1797 werd de oude parochiekerk gesloopt en nam de gemeente deze kerk in gebruik. De beroemde neogotische architect P.J.H. Cuypers restaureerde in de 19e eeuw de kerk. Cuypers liet de oostelijke kapellen slopen en verhoogde de toren. In de nabijheid van de kerk staat een Heilig Hartbeeld uit 1925.

Dit witte stadje laten we achter ons en dadelijk merk je al dat we op de route van Santiago zitten. Het kruisbeeld dat net buiten het stadje ligt heeft onderaan een schelp. Een eerste kapelletje staat ons al op te wachten en een bord dat duidelijk maakt dat ook Thorn een rijke geschiedenis kent. Aan de grenspaal staat een bord dat het leed verteld over de draad die er geplaatst werd om vluchtelingen tegen te houden tijdens WO1; nl de Dodendraad.
De vers geploegde akkers liggen er zompig bij als we verder wandelen op onze camino. Door de rust die het landschap uitstraalt droom ik vaak weg. Ik heb de tijd, het kan. Dat is toch ook de bedoeling, niet? Een poel trekt mijn aandacht, vooral dan omdat er ook hier weer een verhaal aan verbonden is. Het is de Willibrorduspoel. Het werd heraangelegd om een deel van het landschap vorm te geven.
De Martinuskerk van Kessenich en de Willibrorduskapel met ervoor het beeld van christus. en enkele sfeerbeelden van onderweg. Eentje waarop de kerk op de achtergrond ligt.
Mooi en sereen wordt het als we langs de waterkant wandelen. De winterzon op laag op water schijnend geniet ik van de stilte, die weliswaar te vaak wordt onderbroken door de woorden “fietser!”. Want dan kan je best even opzij springen. Ze zouden je broek uitrijden als je niet aan de kant gaat. Aan het restaurant/taverne/hotel “de Spaenjerd” houden we een korte pauze. De lekkere boterhammetjes, een stukje fruit gaat er goed in. Een tasje koffie doet deugd. En onze vriendjes genieten van het frisse water dat we bij hebben voor hun. Gauw een bezoekje brengen aan het toilet in de taverne. Heel vriendelijk personeel. Honden mogen er trouwens binnen.
Een klein kapelletje voor St.-Anna verwijst naar de kerk die volgt op de wandeling. Een mooie kerk, vernieuwd lijkt het ons. Statig tussen andere grote gebouwen. Een pastoriewoning is een woning van een gezin, samen vormen pastoriewoning en kerk een geheel door de omringende muur. Tegenover de kerk, een hotel gelegen en een straat verder ligt er nog een hotelletje. Ook hier komen die keikoppen of maasstenen weer terug in het straatbeeld. Een gezin bouwde een kapel omdat een gezinslid veilig uit de WOII terugkeerde.
Mensen spreken ons aan omdat ze de vlag op onze rugzak zien. Een gesprek over onze plannen wordt onthaalt op een “veel succes” en de wandeling leidt ons tot in het centrum van Maaseik. Op de muren zie je foto’s van schilderijen van de gebroeders Van Eyck. Ze werden in Maaseik geboren en een standbeeld in de stad maakt duidelijk dat ze maar al te fier zijn op deze oude schilders. Het stadhuis heeft een eigen klokkentorentje dat een leuk melodietje galmt als we in de stad aanwezig zijn. Aan de oude Bibliotheek staat een beeldje van de bokkenrijder. Een rijke geschiedenis over deze figuren is in het Limburgse welbekend.. van Borgloon tot Maaseik en verder. Op een tegel zien we nog een teken van camino de Santiago de Compostela. Naast de schelp of de gele pijl is er ook nog een cirkel met sterren op een blauwe sticker… Dit bewijst dat we goed zitten.
En dat onze weg bezaait ligt met kapelletjes bewijst ook dit kapelletje met St-Jozef weer. Maar de weiden van Heppeneert zeggen dat we ons doel naderen.
Bedevaartsoord Heppeneert! O.L.V van Rust. Het eindpunt van ons eerste stuk op onze camino de Santiago de Compostela. Een stempel halen in het stempelboekje, een kleine herinnering en de nodige verfrissing of kop koffie of thee. Tanja neemt daarna de fiets naar Thorn om dan met de auto ons terug op te pikken. Gelukkig is het niet echt overdreven koud en is het droog want Jerry en ik wachten met de honden tot ze terugkeert. Ondertussen ga ik nog een kaarsje branden. Daphne is hopelijk drachtig en we hopen op een goede dracht maar vooral op een vlotte bevalling en lieve pups.

















































































Dit is zo mooi geschreven, kon ik ook maar zo uit mijn woorden geraken 🙂
LikeLike